en nog een keer goa

Een vakantie zonder strand … is voor ons geen vakantie. Onze rondreis door Rajasthan combineerden wij daarom met twee weken in Goa. Een weekje Arambol en een weekje Calangute. Een jaar eerder waren wij ook al in Goa en toen hadden wij al heel veel rondgereisd en rondgekeken. Nu hadden wij eigenlijk maar één ding in gedachten en dat was dus: strand. Alleen voor carnaval verlieten wij het strand en gingen we een paar dagen naar Goa’s hoofdstad Panaji.

Het artikel Goa en Mumbai: India voor beginners gaat over eerste reis naar Goa. En in Goa – praktisch kan je lezen waar wij sliepen en waar wij aten.

Arambol

Arambol  is het meest noordelijke plaatsje van Goa. Het stadje bestaat grotendeels uit kleine steegjes waar je niet met een auto kunt komen. Royal Enfields (de o zo populaire motorfietsen) zie je hier des te meer.  Er zijn in Arambol heel veel huisjes, flatjes e.d., allemaal voor de toeristen. Het ziet er allemaal leuk en fleurig uit. De toeristen hier zijn bijna allemaal jong. Er zijn veel Israëli’s en héél veel Russen. Alle aankondigingen zijn ook in het Russisch en veel Indiërs hier spreken ook een beetje Russisch. En als je wilt weten of er nog hippies zijn in Goa, dan moet je komen kijken in Arambol. Ik weet niet zeker of wat je hier ziet jongeren zijn die zich als hippie verkleden voor de duur van hun vakantie of dat er toch ook nog echte hippies bij zijn. De enorme rastaharen die je hier ziet, zijn in ieder geval nogal eens zichtbaar nep.

In woud ten noorden van Arambol kun je een beroemde banyan tree bezoeken. Het is zo’n half uurtje van de bewoonde wereld vandaan. Op het strand moet je een blauw teken op een rots vinden en vanaf dat teken volg je een pad door het bos naar de boom. Onder deze boom treffen mensen van over de hele wereld elkaar om een jointje te roken. De uitdrukking ‘hij komt recht vanonder de banyan tree’ betekent in Arambol en omgeving dan ook: hij is zo stoned als een garnaal. Er woont hier een ‘baba’; hij is een soort beheerder (houdt de boel netjes, zorgt voor zitmatten). Het is de man links op de foto. Veel toeristen komen speciaal voor hem. Ze doen met hem daar onder de banyan tree yoga-oefeningen. En ze roken dus grass. De man rechts is het hulpje van baba. Hij, het hulpje, hoopte heel erg dat wij alcohol in onze rugzak zouden hebben. Helaas voor hem hadden wij alleen maar water …

We bezochten ook fort Tiracol. Dat is nog noordelijker dan Arambol. We gingen met de pont. Er gingen mee: auto’s, taxi’s, brommers met lokale mensen, dure motoren met stoere jongens, veel te veel moest er op één boot. De auto’s moesten achteruit met een bochtje van de boot. Wij waren met een taxi en onze chauffeur bleef rustig en voorzichtig. Maar sommige chauffeurs werden wel wat nerveus. Het was een klein avontuur. Fort Tiracol is omgebouwd tot hotel. En er is ook een restaurant. Een klein deel van het fort is gereserveerd voor hotelgasten, maar de rest en het kerkje zijn vrij toegankelijk. Toen wij er waren, werd er in het kerkje een kindje gedoopt.

Er moet ook nog iets anders gezegd worden Arambol: het is er smoezelig. De straten, de restaurantjes, de bedjes op het strand: het is allemaal niet zo heel schoon. Restaurants zijn nogal eens gebrekkig ingericht. Er zijn dan bijvoorbeeld geen goede stoelen. Of het uitzicht bestaat uit een vuilnisbelt. En, misschien nog wel vervelender, het eten was ook meer dan eens niet echt goed. Over ons hotel en de hygiëne daar kun je meer lezen in ‘Goa praktisch’.

Al met al viel Arambol ons tegen. Ik ben natuurlijk toch wel blij dat ik er geweest ben en dat ik het gezien heb. Maar teruggaan zullen wij zeker niet. Arambol is misschien leuk voor jongeren die samen met andere jongeren willen chillen en blowen en verder weinig eisen stellen, maar niet voor ons!

Panaji

Ruim een jaar geleden waren we ook in Panaji. Toen bezochten we o.a. Old Goa. En we gingen naar het Serendipity Arts Festival. Zie Goa en Mumbai: India voor beginners. Dit jaar komen we ook voor een festival: carnaval! En we komen ook omdat Panaji een gezellig stadje is, met leuke hotels en interessante restaurants. Lees maar meer hierover in goa – praktisch.

Maar eerst iets heel anders. We waren nog niet in Panaji of we zagen een demonstratie tegen de citizenship amendment act (CAA). CAA maakt het voor veel vluchtelingen (maar niet voor islamitische ….) makkelijker om staatsburger van India te worden. Velen denken dat het hier niet bij zal blijven en dat moslims het steeds moeilijker zullen krijgen in India. De demonstratie bestond uit voornamelijk moslima’s, maar er waren ook wel andere vrouwen én opvallend veel nonnen. Er bleven maar meer vrouwen komen en nog meer. Er was ook politie met stokken. De sfeer was echter goed, dus wij bleven een tijdje staan kijken. Overigens zijn er in heel India anti-CAA- demonstraties geweest en soms ontstonden er rellen door de demonstraties.

De volgende dag gingen we naar de carnavalsoptocht van Panaji. Het heet hier ‘float’ en er zijn wagens, muziek, dansgroepen. Er zijn ook kleine wagens of gewoon twee mensen op een brommer. Daardoor lijkt het wel beetje op het Brabantse carnaval: iedereen kan meedoen, het hoeft niet groots te zijn. ’s-Avonds was er een sambafeest in het park bij de kerk.

Calangute

Wij kwamen in Calangute voor één ding, het strand. Onze tijdelijke onderkomen was Paul´s cottage, een prima plek. Vanuit daar kun je, vanzelfsprekend, op het strand linksaf en rechtsaf. Maar wat een verschil! Linksaf is het domein van de westerse, voornamelijk Britse, toerist. Rechtsaf vind je de Indiase toeristen. Vooral véél Indiase toeristen, soms in onderbroek bij gebrek aan zwembroek en in ieder geval altijd enthousiast. Enthousiast over de zee en over de vrijheid hier. Bijna elke minuut werd mij wel gevraagd om een selfie (een fotootje van de persoon in kwestie met mij, de westerse toeriste). ’s-Avonds veranderen de strandtenten in restaurantjes met mooie verlichting en schetterende muziek. Wij genoten van het strand, overdag en ’s-avonds.

Naast strand heeft Calangute ook straten met winkels, restaurants en clubs. ’s-Avonds gingen wij daar wandelen en dineren. Tito’s lane is de bekendste straat. Hier zijn de grote, mooie clubs. Wij gingen ook naar Calangute Beach Road en ook naar Holiday Street. Elke straat was gezellig en wij hadden het dus elke avond naar onze zin! Holiday Street is de rustigste straat en het meest op westerse toeristen gericht.

Anders dan Arambol, beviel Calangute ons heel goed. Voordat we gingen dacht ik dat Calangute wellicht te druk zou zijn of dat je er misschien niet in bikini zou kunnen zonnen. Dat laatste was al helemaal geen probleem en de drukte vonden wij juist gezellig. Hopelijk kunnen we snel weer terug gaan!