twee dagen in vrindavan

Volgens de overlevering heeft Krishna zijn jeugd in Vrindavan doorgebracht. Krishna, de blauwe god met de fluit, soms ook afgebeeld als baby, is de god van o.a. compassie en liefde. Vrindavan is nu een heilige stad en er zijn wel 5000 tempels. Niet zo veel Westerse toeristen bezoeken deze plek, maar wij kregen een tip en wilden meteen wel gaan.

Vrindavan ligt zo´n 150 km ten zuiden van Delhi. Wij gingen met een taxi. Je kan ook op de één of andere manier naar het station in Delhi reizen, dan de trein nemen naar Mathura en vandaaruit op de één of andere manier naar Vrindavan gaan. Dat is goedkoper maar wel nogal omslachtig.

Eerste dag: Keshi ghat, Madan Mohan temple en Govind Dev temple

Keshi ghat, aan de Yamuna rivier, is de plek waar Krishna ooit een bad nam. Nu is het een pelgrimsplek. Hier wilden wij gaan kijken en ook bij twee van de 5000 tempels van deze stad. We liepen naar de hoofdstraat van Vrindavan, een deels verharde, deels onverharde weg met winkeltjes, kraampjes en restaurantjes.

Eenmaal op de hoofdstraat aangekomen, zagen wij een enorme massa mensen. Ze liepen in een soort optocht, vaak op blote voeten. Door de modder want het had die nacht wat geregend. Zo veel mensen die allemaal dezelfde kant oplopen: het deed wel wat denken aan mieren. Oversteken naar de andere kant van de straat of de tegenstelde richting oplopen, was nu domweg onmogelijk. Was het zo druk omdat het bijna Holi was? Wij weten het niet.

De eerste tuktuk wilde ons niet meenemen: onmogelijk zei deze chauffeur. Vreemd, want tuktukchauffeurs staan in het algemeen voor niets. Zij zijn ware kunstenaars op de weg en ze rijden vlotjes door de kleinste steegjes en ontwijken andere voertuigen, mensen en dieren met flair. Zij zijn ook trots daarop en zo hoor je vaak zoiets als: “Sir, Mam, I’ve been driving for thirty years. And zero accidents”.

We vonden nu natuurlijk ook iemand die er wel zin in had om ons te brengen. En het was een avontuur. We gingen o.a. over een zandpad langs het spoor met enorme modderplassen en door straatjes waar je echt je handen binnenboord moest houden.

Toen waren we bij Keshi ghat. Maar we konden het niet eens zien, want ook hier waren er ongelofelijk veel mensen. Ze kwamen over de bruggen aanlopen en met bootjes aanvaren en vormden zo een massa van tienduizenden. Nu wisten we het zeker: onze planning voor de eerste dag, om deze plek te bekijken en de twee tempels, die konden we wel vergeten.

We liepen met de mensenmassa op. Al snel had mijn man rode verfspatten in zijn gezicht en even later had ik groene en roze vegen. Het was nog een paar dagen te gaan tot Holi, maar hier had iedereen al verf. En wij werden niet gespaard. Er zijn die dag ook weer heel wat foto’s van ons genomen. Selfie vragen de Indiërs en dan willen ze graag met ons, westerlingen, op de foto. Jammer genoeg sprak niemand Engels en wij voelden ons daardoor wel wat alleen.

Eerste avond: eten aan de hoofdstraat

Vrindavan is een heilige plaats. Bijgevolg mag je daar geen vlees, vis, ei, ui, knoflook en champignons eten. En natuurlijk geen alcohol drinken. Dat wisten wij vooraf en we hadden nu ook al wel in de gaten dat er hier geen uitzonderingen gemaakt worden. Elders hebben we het wel gezien, maar in Vrindavan kan ik me geen restaurantje voorstellen dat stiekem bier uit een theepot serveert.

Wij aten deze eerste avond bij één van de restaurants aan de hoofdstraat. Er zijn er een stuk of tien en ze zien er allemaal min of meer hetzelfde uit en hebben ook dezelfde menukaart. Andere westerlingen waren er niet (die zagen we so wie so nauwelijks deze eerste dag) en wij kregen ongelofelijk veel belangstelling. Sommige mensen bleven en bleven mij aanstaren. En, om eerlijk te zijn, ik keek ook naar hen. Vooral naar die vrouw die zojuist een beeld van één of andere god had gekocht en nu het beeld lepeltjes met eten voorhield. Zij was daar met kinderen, man en nog meer familieleden. Ook aan andere tafeltjes zaten dergelijke groepen. Door het gestaar, de commotie en het altijd aanwezige lawaai at ik zo weinig dat mijn man me moest aansporen om méér te eten.

Heel veel dingen mag je in Vrindavan dus niet eten en die worden vervangen door naan, roti en nog andere broodsoorten. Koolhydraten krijg je dus meer dan genoeg binnen, maar eiwitten en groenten naar mijn idee niet. Het is echt niet zo dat je veel linzen of groenten krijgt. Het is eerder veel saus en een klein lepeltje ‘dal’ of bloemkool of sperziebonen. In Rajasthan is het overigens ook grotendeels zo. Daar eet je af en toe wel ei of vlees, maar brood en saus blijft toch de hoofdmoot.

Tweede dag: wandelen en de Prem Mandir tempel

We begonnen onze tweede dag met een wandeling. Door relatief rustige straten liepen we naar de Durga tempel ten westen van Vrindavan. Zo ongeveer de hele weg liep een wat zwerverachtige man met ons mee. Hij liep niet naast ons, maar wel alsmaar in onze omgeving. Later zat hij ook vlakbij ons toen we thee gingen drinken. Toen was hij opeens verdwenen. Wat zijn bedoeling was, weten we nu nog niet. Bij het theedrinken ontmoetten we ook de drie dames van de foto. Zij zijn een dochter, moeder en tante en wij konden niet goed met hen praten, maar we begrepen wel dat zij zonder mannen op pad waren.

’s-Middags gingen we naar de Prem Mandir tempel aan de hoofdstraat. Dit is een nieuw tempelcomplex, uit 2012, en het is echt heel mooi. Wit, een beetje als een taart, versierd met bloemen en plaatjes en beeldengroepen. Er is van kleur wisselende verlichting. En ja, het is wellicht wat kitscherig. Het is eigenlijk een soort Disneyland in het klein.
Interessant is dat de stad Vrindavan geen riolering heeft en geen goede straten, maar dus wel deze heel mooie tempel waar alle stoeptegels recht liggen en het ook nog eens heel schoon is. Het Prem Mandir complex kostte 23 miljoen dollar. Waar komt dat geld vandaan? En waarom wordt het zo besteed? Vragen en nog meer vragen …

Bij de tempel is een informatiebureau, met een Engelssprekende meneer. Hij vertelde dat hij een gepensioneerde ambtenaar is en nu al zijn tijd in deze tempel besteedt. Onze vragen ontweek hij handig; het boekje dat hij ons wou verkopen zie je op de foto.
De organisatie die de Prem Mandir tempel heeft gebouwd heet Jagadguru Kripalu Parishat. Het is een internationale organisatie en hier in Vrindavan zie je dan ook een enkele westerse aanhanger. De aanhangers zijn gekleed in oranje en dus makkelijk herkenbaar. In het complex waren er ook heel veel niet in oranje geklede mensen, dus gewone bezoekers net als wij.

Tweede avond: Hare Krishna

De Hare Krishna-beweging heeft een grote tempel in de stad waar Krishna opgroeide. ISKCON is de naam die hier veelal gebruikt wordt en de tempel staat ook bekend onder die naam. Het is een groot gebouw met o.a. een reisbureautje, een boekenwinkel en enkele grote zalen.
In de vroege avond wordt er gezongen en gedanst. Wij gingen kijken en ik dacht dat het voor de deelnemers een motiverende en sportieve afsluiting van de dag is.
ISKCON heeft ook een restaurant. Het eten was goed en de bediening ook. En er is ook een bakkerij met cakejes en gebak. Wil je rustig eten, weg van de Vrindavanse hectiek, dan is het ISKCON-restaurant een goede optie. Ik had nooit gedacht dat ik Hare Krishna nog eens zou zien als een veilige haven, maar nu was dat toch zo.

Ons hotel

Wij sliepen in hotel Brijview. Toen we de eerste keer daar aankwamen, schrok ik een beetje. Over een donkere parkeerplaats kom je bij een lift die je naar de negende verdieping brengt. Later zag ik dat de parkeerplaats dag en nacht bewaakt wordt en dat de bewaker de poort alleen opent voor bewoners. Het hotel zelf beviel ons vanaf het eerste moment. Het heeft ruime, schone kamers met schone badkamers. En het personeel lacht heel vaak. Voor ontbijt kun je kiezen uit diverse veg opties. Wij aten paratha en sandwiches.