de veluwe, een korte vakantie

In november 2020 bereikt de corona-epidemie haar tweede piek. Het is een tijd met beperkingen. We doen wat nu wél kan, nl. een reisje in eigen land. We gaan naar de Veluwe, voor natuur én cultuur.

Harderwijk

Ik dacht altijd: Harderwijk, dolfinarium. En inderdaad, er is een dolfinarium hier, een grote koepel op een soort eilandje voor de stad. Maar Harderwijk is veel meer dan het dolfinarium. Het is een stadje met historie en charme.

Over die historie: Harderwijk was ooit een belangrijke stad. Het was een Hanzestad (evenals als Elburg, dat wij ook gaan bezoeken). Steden rond de Oostzee en Noordzee waren destijds, de veertiende en zestiende eeuw, lid van het Hanzeverbond. Ze werkten samen voor handel. Nu ligt Harderwijk niet meer aan zee maar aan het IJsselmeer vlakbij Lelystad en Dronten. Destijds lag het aan de Zuiderzee. Interessant is dat Harderwijk zelfs een universiteit had waar o.a. medicijnen werd gedoceerd.

Harderwijk is heel charmant. Er zijn tal van kleine oude huisjes, gelegen aan straten met kinderkopjes. Wij vonden het stadhuis heel mooi. Ook de fontein met de boekenkaften. Beide zie je op de foto. We zagen ook de uit de Hanzetijd stammende Vischpoort, destijds werd hier van alles (bijvoorbeeld hout uit Polen en bont uit Rusland) verhandeld. En we lopen langs nog meer charmante, kleine huisjes (het is echt straat na straat).

stadhuis Harderwijk
fontein met boekenkaften

Het viel ons ook op dat er hier in Harderwijk allerlei soorten winkels zijn, dus niet alleen kledingwinkels. Wij kochten een Zeebeer, een Harderwijkse specialiteit. Het is een soort cake, meergranen met abrikozen en noten.

Elburg

Elburg ligt ten noorden van Harderwijk. We komen er door het Veluwemeer over te steken naar Flevoland. We rijden door Flevoland naar het noorden en gaan wederom over het Veluwemeer naar Elburg (in Gelderland). Een leuk ritje door de polders van Flevoland. We komen langs het pretpark Walibi en langs een strand.

Ons doel is Elburg, de vierkante stad. Het oude gedeelte van Elburg is een vestiging met wallen, muren en water er omheen en het is dus vierkant. Net als in Harderwijk zien we ook hier veel kleine oude huisjes. Elburg heeft verder een orgelmuseum; dat lijkt me wel interessant om eens te bezoeken als het straks na corona weer open is. En er is hier ook een haven met veel oude boten.

muurhuisjes in Elburg (ze zijn gebouwd tegen de oude stadsmuur aan)
opvallende huizen in Elburg

Epe

Nadat we Harderwijk en Elburg gezien hebben gaan we naar Epe, hotel De Witte Berken, alwaar wij twee nachten slapen. Inclusief ontbijt en diner kost ons dat 270 euro. En De Witte Berken is een heel aardig hotel, met ruime kamers en prima eten.

De volgende dag wandelen wij ten noorden van Epe. Dit is ook meteen het meest noordelijke stukje van de Veluwe. Het is prachtig zonnig weer. Oranje is de kleur van de dag: de gevallen bladeren in de zon zijn echt oranje, en niet zozeer bruin. Bijzonder is het geluid op de achtergrond: schieten! Dat zal wel afkomstig zijn uit het nabijgelegen ‘t Harde, waar twee kazernes en een oefenterrein voor artilleriewapens zijn. Wij lopen een stuk over de Renderklippen, een stuifwal op de heide. Ook lopen we langs een beek, die hier spreng wordt genoemd. Tot mijn verbazing is die spreng geen natuur maar gegraven. Het water werd gebruikt door de papierindustrie. Interessant! Interessant is ook dat hier allerlei verschillende bomen zijn. Wij herkennen berken en verder komen we eigenlijk niet. Misschien is het een projectje voor de coronatijd om eens meer bomen te leren herkennen!

We zagen vandaag ook rare paaltjes in het bos (zie onderstaande foto). Het is geen kunstwerk; het is geen heksenkring. Deze paaltjes zijn kokers die de nieuw aangeplante boompjes beschermen. Anders zouden dieren zoals konijnen en herten de nieuwe boompjes kunnen opeten of kapot maken.

kokers ter bescherming van nieuwe aanplant

Apeldoorn

Op weg naar Apeldoorn stoppen we eventjes in Vaassen bij kasteel Cannenburch. Hier heeft Maarten van Rossem gewoond. Niet de Maarten van Rossem die we allemaal kennen van de televisie (en die in ook ken van toen hij les gaf en ik studeerde op de Universiteit van Utrecht). Wel de 16de eeuwse Maarten van Rossem, legeraanvoerder. Zijn lijfspreuk was: “Blaken en branden is het sieraad van de oorlog”. Hoe charmant!

We kunnen niet in het kasteel kijken, vanwege de enkele dagen geleden verzwaarde coronamaatregelen. Maar lopen in het park met de vele vijvers en van waaruit je het kasteel van alle kanten kan bekijken, is ook heel leuk.

kasteel Cannenburch in Vaassen

In Apeldoorn lopen we een stukje van de Art Nouveau-wandelroute. Deze wandelroute maakt dat je in de winkelstraten eens omhoog kijkt, naar de gevels boven de winkels. Die winkels zijn hier overigens niets bijzonders: kleding- en schoenwinkels van dezelfde ketens als in Eindhoven. Als je boven de winkels kijkt, zie je het inderdaad: kleine Art Nouveau-versieringen boven de ramen en ook gehele panden in Art Nouveau-stijl. Verder zagen we het stadhuis van Apeldoorn (ik vind het mooi), het Coda-museum (niet zo opvallend dacht ik) en de appartementen tegenover het museum (opvallend en mooi). We kochten een broodje bij Subway en aten het in de auto. Want ja, alle horeca is dicht en het is vandaag te koud om buiten te zitten.