goa en mumbai – reisverslag

GOA EN MUMBAI: INDIA VOOR BEGINNERS

Goa en Mumbai in één reis: dat is een heel mooie optie voor een eerste reis naar India. Goa is India light. De badplaatsen van Goa – wij bezochten zowel het noordelijke Vagator als het zuidelijke Palolem – zijn heel relaxed. En je kan in Goa toch ook wel veel gaan zien. En dan ga je nog een paar dagen naar Mumbai. Mumbai is hectisch en interessant. En na deze kennismaking met India beslis je of je nog meer van dit land wilt gaan zien.

Gezellig Vagator

Nu ik weer aan Vagator denk, zou ik zo weer terug willen. Ten eerste vanwege het strand. Of beter gezegd: de stranden. In Vagator kan je kiezen uit drie stranden. Little Vagator Beach, Ozran Beach en Vagator Beach. Wij vonden alle stranden een eigen charme hebben. Het meest noordelijke strand, Vagator Beach, is het domein van Indiase toeristen. Er komen daar veel bezoekers uit alle windstreken van India. Je kan daar in bikini en je kan zwemmen, maar ik voelde me niet comfortabel genoeg om dat te doen. Op de andere twee stranden is dat geen enkel probleem. Op alle stranden zijn er gezellige restaurantjes. En er zijn veel verkoopsters met sieraden en shawls en nog veel meer. En masseuses en pedicures.

De tweede reden dat ik weer wel terug zou willen naar Vagator is de gezelligheid. Bijvoorbeeld van de Night Market op zaterdagavond in Baga. Het is een markt met allerlei spulletjes, en met heel veel eten en muziek. De flea market van Anjuna op woensdag is ook leuk en heel kleurrijk en dichtbij (wij waren zelfs te voet daarnaartoe gegaan).

En nog een reden om terug te willen is ons comfortabel hotel, Cochichos. In ‘Goa en Mumbai: praktisch’ vind je meer informatie over Cochichos.

In Vagator ben je altijd omringd door koeien, op het strand en op straat. Wij hebben na Vagator nog veel plekken bezocht en soms zijn er wel koeien en soms ook helemaal niet. In Vagator zijn ze er en ze duwen eventueel tegen je strandbedje en één keer at een koe zelfs uit het bord van mijn man.

Wil je meer zien van Goa? Panaji!

Panaji is een mooi en gezellig stadje. De wijk Fontainhas is bekend vanwege de kleurrijke huizen. Sommige zijn prachtig opgeknapt, andere zijn bouwvallen. Het is leuk om hier rond te lopen. En grote kans dat je hier ook verblijft want er zijn hier veel hotels en guest houses. Een minder bekende wijk (deze wordt niet genoemd in de Lonely Planet …) is de wijk die gelegen is tegenover Kala academy. Ook daar zag ik mooie huizen, in een heel andere, recentere, stijl weer. De municipal market is echt een bezoekje waard! Kijk maar naar de foto. Dat het fruit en de groenten zo mooi worden uitgestald heb ik niet eerder gezien.

Toen wij in Panaji waren was er een festival met muziek, theater en zo. Het heet “Serendipity Arts Festival” en het is elk jaar in december. Wij hebben een voorstelling met klassieke dans gezien en we gingen mee met een cruise met muziek. En we gingen naar een uitvoering van een stand up comedian. Het was heel verrassend: er was o.a. een meisje met grapjes over toeristen en, heel expliciet, over seks. Wij waren verbaasd!

Vanuit Panaji kun je Old Goa bezoeken. Old Goa was ooit de hoofdstad van Goa. Nu is er weinig ‘stad’ meer te zien; alleen de kerken zijn bewaard gebleven. En … ik heb nog nooit zoveel kerken bij elkaar gezien! Wij gingen met de bus naar Old Goa en dat ging heel goed. En … wij hadden ook een speciale reden om naar Old Goa te willen. Hieronder leest u over onze persoonlijke zoektocht.

Queen Ketevan

In de zomer van 2018 waren we in Georgië; nu, winter 2018-2019 zijn we in Goa in India. Queen Ketevan is de ‘linking pin’ tussen deze twee reizen. Hieronder leest u hoe dat zit.

In Georgië hoorden we over Queen Ketevan. Zij wordt daar vereerd als heilige en als heldin. Ketevan werd geboren in 1560 in Kakhezië, in het oosten van Georgië. En zij ging als menselijke borg naar Shiraz, Iran. Dit om haar land te vrijwaren van een Iraanse aanval. Zij bleef daar vele jaren. Toen zij haar geloof (orthodox-christelijk) niet wilde afzweren en zich niet wilde bekeren tot de islam, heeft koning Abbas haar uiteindelijk laten martelen en haar gedood.

Einde verhaal? Nee! Het lijk van Ketevan heeft nog heel wat afgereisd. In delen. Een deel is naar Rome gegaan. Een deel is naar haar zoon in Georgië teruggegaan. En, ik weet het niet zeker, een deel is mogelijk in Shiraz of in Esfahan in Iran gebleven. Haar rechterarm belandde in Goa, India. En wij hebben de botjes daarvan gezien! Het ging zo: twee katholieke fraters die in Esfahan gestationeerd waren, hebben haar arm meegenomen toen zij naar Goa overgeplaatst werden. Zij dachten dat zij bij de verspreiding van het geloof baat zouden hebben bij de arm. De arm werd bewaard in het Augustian Convent in Old Goa. In de loop van de eeuwen is dat klooster helemaal vervallen en niemand wist meer waar de arm was. Archeologen hebben lang gezocht en uiteindelijk de kist met de arm gevonden. Vervolgens is met behulp van DNA-onderzoek vastgesteld dat deze arm inderdaad was van een vrouw uit Oost-Georgië. Dit project was een van de grootste archeologische successen ooit in India. Op de foto zie je hoe Queen Ketevan in het Archeological Museum in Old Goa herdacht wordt.

Palolem, strand in Zuid-Goa

De kerstdagen van 2018 brachten wij door in Palolem. Van kerst merk je hier nauwelijks iets.Wij kwamen op het idee om naar de nachtmis te gaan. In Nederland hebben we dat nog nooit gedaan, maar nu gingen we naar het nabijgelegen Chaudi. Daar is een katholieke kerk en de mis zou om acht uur beginnen. Maar … wij kwamen en om acht uur waren ze nog bezig met het opbouwen van de kerststal. Wij hadden het verkeerd begrepen en de mis begon pas om twaalf uur. Volgend jaar gaan we wél en we weten nu dat we er om twaalf uur ’s-nachts moeten zijn.

Palolem is een heel geschikte badplaats. Overdag zijn er ligbedjes op het strand; ’s-avonds komen er tafeltjes en kan je eten met je voeten in het zand. In India heeft men soms problemen met bepaalde dingen (bijvoorbeeld bikini’s en alcohol), maar in Palolem merk je daar helemaal niets van.

Wij maakten twee uitstapjes, naar het buurdorpje Patnem en naar het Braganza-huis in Chandor. Patnem leek ons minder aantrekkelijk dan Palolem. Het is kleiner en de restaurantjes en ligbedjes leken wat armoedig.

Goa heeft heel veel hele mooie, oude huizen. Ons tweede uitstapje ging naar het prachtige en rijk ingerichte Braganza-huis. De nazaten van de Braganza-familie wonen nog steeds hier. De schoondochter die ons rondleidde vertelde me over de vingernagel van st. Xavier Francis, de missionaris, die in de huiskapel bewaard wordt. Zijzelf heeft de nagel niet gezien maar haar schoonmoeder wel. Overigens is de rest van het lichaam van st. Xavier Francis in een kist in één van de kerken van Old Goa. Een bezoek aan het Branganza-huis is goed te combineren met het bezoeken van bijvoorbeeld de Shri Chandreshwar tempel en/of het Cabo da Rama fort. Wij deden dit allemaal op één dag; we hadden een taxi gehuurd voor een hele dag.

Wil je weten waar wij sliepen? En waar wij aten? Lees dan ook Goa – praktisch.

Mumbai, een megastad

We bleven vijf dagen in deze stad en we zagen alle ‘Mumbai highlights’ uit de Lonely Planet gids. Daarnaast maakten we nog de volgende dingen mee.

We gingen naar de wijk Malabar. Malabar is één van de betere wijken van Mumbai. We aten een broodje bij een restaurantje dat zo in Amsterdam zou passen, zowel qua eten als qua inrichting. En we bezochten de jain-tempel. Voluit: de Babu Amichand Panalal Adishwarji tempel. Het is een heel mooi gebouw en wij kregen van de priester uitleg over het jainisme. Tja, hoe kan je leven met zulke strenge regels? In Amsterdam zou het zeker niet lukken, maar ook in Mumbai lijkt het mij erg ingewikkeld. De jains eten veganistisch, maar dat is niet alles: ze eten bijvoorbeeld ook geen wortels en knollen. En ze proberen te vermijden dat ze een insect doden door bijvoorbeeld de grond te vegen voordat ze hun voet erop plaatsen.

Na ons bezoek aan het sjieke Malabar wilden we ook wel eens rondkijken in Dharavi, de grote en bekende sloppenwijk. We gingen met een georganiseerde tour. Ik dacht, en denk nog steeds, dat je anders niet goed weet waar je moet gaan kijken. Het is natuurlijk wel jammer dat je niet zelfstandig kan gaan rondkijken. Wij kwamen overigens meerdere tourgroepen tegen terwijl we in Dharavi waren. De slumtour is echt heel populair! De gids bracht ons naar diverse bedrijfjes (verwerking van plastic, pottenbakkers etc.). Wat een herrie, wat een arbeidsomstandigheden … Vervolgens liepen we door steegjes (supersmal) en zagen de woninkjes. Bij sloppenwijk denk ik aan: verslonzing, verslaving, verval. Maar in Dharavi zie je dat niet, maar je ziet dat iedereen ongelofelijk zijn best doet om er het beste van te maken. Iedereen is schoon en zo net mogelijk gekleed en de mensen werken hard.

In de Lonely Planet staat een ‘City Walk’ door Mumbai. Ik denk dat ze die beter kunnen schrappen. Mumbai is geen wandelstad: het verkeer is te druk, er is te veel smog en te veel herrie. Je komt simpelweg niet vooruit en alleen al een straat oversteken vraagt om heldenmoed. Wij gingen dan ook overal met de taxi of rickshaw naartoe.

Op een gegeven moment heb je genoeg van die drukke stad. Dat is dan het moment om naar Elephanta Island te gaan. De reis met de boot er naartoe is leuk en duurt ongeveer een uur. De foto van Taj Mahal Palace en Gateway to India is vanaf de boot genomen. Op de boot zijn er bordjes waarop staat dat fotograferen verboden is, maar ik was bepaald niet de enige die toch foto’s nam.

Eenmaal op Elephanta Island zie je grotten met daarin tempels. In de tempels zijn er vele indrukwekkende beeldhouwwerken. De foto laat één van de bekendste beeldhouwwekren zien, Mahesh Murti. Dit beeld stelt Shiva voor, met drie gezichten. Overal in India moet je in tempels je schoenen uitdoen, maar niet op Elephanta Island. Het lijkt alsof de tempels hier worden gezien als archeologie en niet als gebedsplaats.

We waren met de jaarwisseling 2018 – 2019 in Mumbai. Maar wat doe je daar met Oud en Nieuw? Er zijn allerlei feesten, maar welke te kiezen? Wij gingen naar Matahaari Nightclub in de wijk Worli. Misschien kozen we hiervoor vanwege de connectie met Nederland, Mata Hari is immers in Nederland geboren. Hoe dan ook, hier zagen wij dat een deel van de mensen in Mumbai well off is. Voor hen in de nogal hoge entree geen probleem en zij hebben ook mooie, dure kleren. En hip zijn ze ook. Wij waren zo ongeveer de enige westerlingen en ook de enige 50+’ers. Toen wij aankwamen bij Matahaari werden wij meteen weer weggestuurd, dit vanwege onze schoenen. Ik was op slippers en mijn man met sandalen. Veel bars en clubs in India eisen dichte schoenen. De portier van Matahaari verwees ons naar een sportzaak in hetzelfde winkelcentrum en adviseerde ons om daar de goedkoopst mogelijke gympen te kopen. Dat deden wij … en de volgende ochtend hebben we de gympen weer weggegeven aan mensen op straat. Al met al hadden wij een leuke en bijzondere avond in Nightclub Matahaari.

Vlakbij station Churchgate zagen wij een Parsi tempel. De Parsi’s vluchtten tussen de 8ste en 10de eeuw vanuit Iran naar India. In heel India wonen er ca. 70.000 Parsi’s, waarvan het overgrote deel in Mumbai. Niet zo veel, maar zij vallen wel op. Zo was de oprichter van de Tata-groep een Parsi. De Tata-groep is o.a. eigenaar van het Taj Mahal Palace in Mumbai (en van de Hoogovens in IJmuiden). En de Parsi-restaurants van Mumbai zijn ook heel bekend en geliefd. Terug naar de tempel: naar binnen mochten we niet, maar we werden wel heel aardig ontvangen. Eén van de andere tempelbezoekers vertelde ons heel veel over het geloof van de Parsi’s, het Zoroastrisme. Hij vertelde o.a. dat de Zoroastriërs destijds welkom waren in India, op één voorwaarde: dat ze niet aan bekering zouden doen. Daardoor zijn de Parsi-tempels alleen voor de Parsi’s toegankelijk en mag niemand anders naar binnen.

Wil je weten waar wij sliepen? En waar wij aten? Lees dan ook Mumbai – praktisch.