albanië – reisverslag

OP VAKANTIE NAAR ALBANIË

Albanië is een mooie bestemming voor de zelfredzame reiziger. Voorzieningen voor toeristen zijn er nauwelijks en men spreekt over het algemeen uitsluitend Albanees. Maar Albanië is charmant en de Albanezen laten je merken dat ze blij zijn dat je gekomen bent.

Albanië was vanaf de tweede wereldoorlog tot 1991 een communistisch land dat met strakke hand geregeerd werd door dictator Enver Hoxha. In die periode was het vrijwel onmogelijk om Albanië te bezoeken. Dat is de reden dat er ook nu nog weinig toeristen en weinig voorzieningen voor toeristen zijn in Albanië. Momenteel is het land een democratie. Er zijn elke vier jaar verkiezingen. Het toerisme neemt van jaar op jaar toe. Ook in andere sectoren is er economische groei. Dat is ook wel nodig, want Albanië is één van de allerarmste landen van Europa.

Waarom wij nu eigenlijk juist voor Albanië hebben gekozen, dat weet ik niet zo precies meer. Maar feit is dat wij in de zomer van 2011 na een korte vlucht op het vliegveld van Tirane stonden.

Durres: boulevard en strand

Op onze eerste dag in Albanië gaan we naar het centrum van Durres. We willen het Romeinse amfitheater gaan bezoeken. Dat is de belangrijkste bezienswaardigheid van Durres. Het is gebouwd in de eerste eeuw na Christus en is, met naar schatting 15.000 zitplaatsen, het grootste Romeinse amfitheater van de Balkan. Het is pas in de twintigste eeuw herontdekt. Het is leuk om daar even rond te kijken.

Vandaag zijn we met de bus van ons hotel naar het centrum gegaan. Reizen met de bus kost altijd wat moeite. Zo moesten we redelijk lang wachten voordat de bus kwam en maakten we een omweg. Maar … ik vind dat het wel de moeite loont. Je ziet wat de mensen doen, je ziet wat meer van de stad.

Aan het begin van de avond gaan we naar de boulevard van Durres. We zijn bepaald niet de enigen! Eerst zijn er vooral veel groepjes jonge meiden. Mooi aangekleed, maar wel een beetje ouderwets. Later komen ook de jongens. En gezinnetjes met kleine kinderen. De boulevard is lang en breed. Sommige delen zijn heel mooi en modern ingericht. Als je eventjes naar boven kijkt zie je tegen de bergwand het zomerpaleis van koning Zog I. De boulevard van Durres is Albanië op z’n mooist: elders zie je rommel en is het bijvoorbeeld door ontbrekende putdeksels zelfs levensgevaarlijk. Maar de boulevard is modern en schoon. Er zijn kermisattracties en vele standjes waar snoep, nootjes, speelgoed en wat al niet meer verkocht wordt. Daar zien we ook merkwaardige roodgekleurde appels op een stokje. Er zijn ook vele terrasjes en restaurantjes. We zagen er families, oudere stellen en groepjes keurig geklede oudere mannen die een spelletje spelen. Toeristen zijn er nauwelijks en Nederlanders hebben we al helemaal niet gezien. Een avondje op de boulevard is een echte aanrader!

In Durres kan je verder ook prima enkele dagen op het strand doorbrengen. Het is een populaire strandbestemming en er is dan ook alles aanwezig voor een dag op het strand. Zo zijn er leuke restaurantjes. Ook wordt er van alles op het strand verkocht. Wij zien elke ochtend een man met een megafoon en een ezel. Hij verkoopt heerlijke vijgen. De stranden zijn lang en je kan dus een flinke wandeling maken.

Tirane: verandering is mogelijk

Een deel van de hoofdstad van Albanië was in de communistische tijd afgesloten en gereserveerd voor de leiders. Onder andere Hoxha, de onaantastbare en absolute leider van Albanië van 1944 tot 1985, had hier zijn villa. Nu is datzelfde Blloku (‘het blok’) een vrolijk uitgaansgebied. Er zijn luxe terrasjes met heerlijke fauteuils. Dure auto’s rijden rondjes en de welgestelden van Tirane bestellen nog een drankje. De villa van Hoxha is met enige moeite te vinden en vanaf de straat te bekijken.

Er zijn in Tirane enkele bezienswaardigheden. Zo is er de kleine, maar mooie Et’hem Bey-moskee. Daar dicht bij op het Skanderbergplein staat het standbeeld van de nationale held met dezelfde naam. In dezelfde buurt is het Nationaal Historisch Museum. Wij bezochten het museum om de afdeling over de communistische periode te zien. Juist dat deel was echter die dag gesloten. Nadat we de enorme collectie prehistorische voorwerpen op de begane grond hadden gezien, zijn we afgehaakt…

Het leukste in Tirane vinden wij om gewoon rond te wandelen. De grauwe woonkazernes uit het verleden zijn nu in vrolijke kleuren en patronen beschilderd. De burgemeester van Tirane nam het initiatief hiertoe en gaf er zelfs subsidies voor. Er zijn in Tirane veel parken en pleinen, vaak voorzien van leuke restaurants en terrasjes. De rivier Lana doorkruist de stad. Op de bruggen over de Lana stallen boekhandelaren hun waren uit. Aan de straat langs de rivier ziet u de Piramide. Dit gebouw is ontworpen door de dochter en schoonzoon van Hoxha. Het was een museum gewijd aan dictator Hoxha, maar nu is het een conferentiecentrum waar ook regelmatig tentoonstellingen plaatsvinden..

Kruje: eindelijk zien we toeristen

Het bergstadje Kruje ligt op twintig minuten met de auto van het Moeder Teresa-vliegveld van Tirane en is daardoor een prima eerste of laatste bestemming voor een reis door Albanië. Het is een mooi stadje en er zijn enkele bezienswaardigheden die heel erg de moeite waard zijn.

Zo is er de bazaar. In de kraampjes aan weerszijden van het kinderkopjes-pad (draag stevige schoenen!) zijn souvenirs en antiquiteiten te koop. Leuk zijn de sloffen en andere artikelen van vilt. Opvallend is dat veel van de aangeboden waar roodgekleurd is. De bazaar van Kruje is één van de weinige plaatsen in Albanië waar souvenirs verkocht worden.

Als je het kinderkopjes-pad naar boven volgt, kom je bij de restanten van de burcht. De beroemde Skanderberg verdedigde in de 15de eeuw van hieruit Kruje tegen de Ottomaanse aanvallen. In dit gebied kun je wat rondwandelen en er zijn ook restaurantjes. Heel erg de moeite waard is het om het Toptani-huis oftewel het etnografisch museum te bezoeken. Het huis is gebouwd in 1764 door de rijke Toptani-familie. Het huis is geheel ingericht zoals het destijds geweest is. Het is bijzonder interessant om te zien hoe de Toptani’s, hun bedienden en hun dieren leefden.

Wij bezoeken verder de Dollma Teqe, een heiligdom van de Bektashi (een islamitische gemeenschap) Enkele vooraanstaande Bektashi zijn hier begraven. We worden heel vriendelijk ontvangen door de huidige beheerder van het heiligdom en kregen thee en een snoepje. En enige uitleg over de schilderingen in het heiligdom.

Een museum dat wij niet gezien hebben is het Skanderberg-museum. Het gebouw is ontworpen door de dochter van dictator Hoxha en in het museum kan je, naar verluidt, alles te weten komen over de held Skanderberg en over de strijd tussen Albanië en het Ottomaanse rijk.

In Kruje zien we wat we verder in Albanië niet zagen: toeristen. We zien groepen mensen over de bazaar struinen. En bussenvol schoolkinderen op weg naar één van de musea van Kruje. Laat in de middag zien we de bussen vertrekken en tegen de tijd dat wij gaan eten is er geen toerist meer te bekennen in Kruje.

Het geloof in Albanië

In onze reisgids staat dat de moskee het oriëntatiepunt is in Durres. Maar op onze vraag naar de moskee reageren voorbijgangers met onbegrip. Gelukkig weet men ons wel de weg te wijzen naar het amfitheater en naar de grote hotels.
In het communistische tijdperk was Albanië strikt atheïstisch. Het praktiseren van welk geloof dan ook was verboden. Het lijkt erop dat men nu nog steeds niet veel met het geloof op heeft.
De statistieken geven aan dat zo’n 70% van de Albaniërs van islamitische afkomst is. De overigen zijn van oorsprong katholiek of orthodoxe christelijk. Maar op de vraag of geloof een grote rol speelt in hun dagelijkse leven, antwoordt slechts 40% van de Albaniërs bevestigend. Van de 114 landen in de enquête scoren er slechts 12 nog lager dan Albanië.

Criminaliteit in Albanië

‘Albanië, daar wemelt het toch van de criminelen’. ‘Op vakantie naar Albanië? Is het daar niet gevaarlijk dan?’ Heel vaak was dit de eerste reactie van mensen als ze hoorden van ons plan om naar Albanië te reizen.
Feit is dat wij niet bestolen zijn of anderszins met criminaliteit geconfronteerd werden. Wij voelden ons juist overal veilig. De mensen waren helemaal niet bedreigend. We ontmoetten juist heel veel vriendelijke Albaniërs. De mensen waren ook buitengewoon behulpzaam.